Schrijven in Paagman

Winst na een dag schrijven: plastic paard en pillen

Opeens stond er een paard in mijn verhaal. Zonder uitdrukkelijke uitnodiging was het beest er. Het had zo snel door mijn manuscript gegaloppeerd dat ik het niet gezien had. Pas na zo’n twee uur kwam ik tot de ontdekking dat het edele dier zijn plek gevonden had op een van de eerste pagina’s van mijn nieuwe roman. Ik had een paard van plastic gecreëerd dat ging bewegen na het inwerpen van een euro. En dat was allemaal de schuld van boekhandel Paagman in Den Haag.

De Haagse zaak is een van de bijzonderste die ik ken. Ik zou er ook best willen wonen, als ze me dat zouden vragen. Gegarandeerd een leven zonder verveling. Bijna dagelijks is er immers iets bijzonders te zien of te doen. Schrijvers lopen de deur plat, muzikanten laten hun noten langs de boeken dansen en aan grenzen tussen hoog- en laagcultuur doen ze niet. Een hoogblonde Barbie is net zo welkom als Kristien Hemmerechts. Is dat mooi? Zeker. In een tijd waarin boekhandels worstelen met hun zelfstandige status, laat Den Haag zien dat je met de nodige creativiteit een succesvolle zaak kunt runnen.

Vanaf deze maand schrijf ik in verschillende boekhandels aan mijn tweede boek. In Paagman begint mijn schrijftournee. In het café (ja, deze boekhandel heeft een heus café, en nog groot ook) kijk ik naar de bezoekers. Op mijn tafeltje staat een bord dat de mensen vertelt dat ik schrijver ben en dat ze me aan mogen spreken. Op de achtergrond hoor ik de machine koffiebonen malen en de geur van verse appeltaart en tosti’s trekt langs mijn tafeltje. Veel mensen lopen langs, lezen het affiche en knikken me dan vluchtig toe. Ik heb last van het zolderkamertjesimago: schrijvers werken in de stilte van de absolute afzondering. Die mag je niet aanspreken.

Dan, wanneer ik het eigenlijk niet meer verwacht, blijft een mevrouw voor mijn tafel staan.
‘Mag ik er bij komen zitten?’
Ik knik. ‘Uiteraard.’
‘Waar gaat uw boek over?’
Ik vertel haar over een personage dat een zware lichtallergie heeft en altijd binnen zit.
‘Dan moet-ie zeker te weten pillen slikken.’

Nog voordat ik om uitleg kan vragen, vertelt ze over een land in het Midden-Oosten waar haar huis staat. Ze is even hier, morgen vliegt ze terug. Naar het land waar haar man werkt en waar ze van is gaan houden.
‘Waar ik woon lopen vrouwen helemaal bedekt over straat. Onder zwarte doeken, afgesloten van de zon. Daardoor hebben ze een ernstig vitaminegebrek. Allerlei ziektes krijg je er van. Nu slikken ze pillen. Dat moet jouw personage ook doen.’
Ze kijkt op haar horloge en verontschuldigt zich. Ze wil nog naar de visboer. ‘Even een haring, nu het nog kan.’
Ze glimlacht en herhaalt mijn naam. ‘Als ik weer eens hier ben, zal ik kijken of je boek al uit is.’

Wanneer ze wegloopt, passeert ze een houten paard dat bij de ingang van het café staat.

Advertenties

Eén reactie

  1. Marieke Dijkman

    Openen met een paard is een van de beste manieren. Het Paard van Troje is er ook niet slechter van geworden. En ja, Paagman is denk ik met stip de meest kleurrijke boekhandel van Nederland. 🙂 Zet ‘m op met je tournee! Liefs

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: