Heen en Weer…

Sommige helden wonen op onbereikbare eilanden in grote villa’s omringd door ondoordringbare heggen. En sommigen wonen gewoon in een stad. Aan een gracht. In een pand met een oude bel en een haast onleesbare naam geschreven in een bibberig handschrift.

Samen met Vriend stond ik voor het pand. Bij de onderburen was een verhuizing bezig. Matrassen met vieze vlekken en dozen met in zwarte letters ‘keuken’ werden naar binnen gesjouwd. De mannen klosten met hun werkschoenen over het marmer van de trap dat dagelijks – voorzichtig schuifelend – beroerd wordt door mijn held.

Stapje voor stapje liep hij naast me. Langs de verhuizers. “Mag ik u een arm aanbieden?”

-“Ik zal hem u ongeschonden teruggeven, dat beloof ik u,” sprak de heer plechtig. Het kon mij niets schelen. Als hij het wilde, zou ik hem mijn arm geven. Voor altijd. Zodat hij nog jaren veilig over straat zou kunnen.

Stoeptegel voor stoeptegel trotseerden wij de koude wind. Zijn chique jas vertoonde enkele slijtplekken. Het kledingstuk paste bij de drager, die zelf ook niet onaangeroerd door de tijd was gebleven.

Eenmaal in het café, kreeg hij een asbak toegeschoven door de kroegbaas. “Omdat u het bent,” voegde hij toe. “Dat is uitermate vriendelijk van u,” bedankte mijn held. Uit zijn binnenzak kwamen dunne sigaren. “Heerlijk voor tussendoor,” sprak hij tevreden.

Vriend gaf hem een tijdschrift en vertelde dat hier het interview instond dat hij maanden geleden met mijn held gehouden had. Hij hield het dicht bij zijn gezicht en concludeerde tevreden dat de foto gelijkend was.  Zorgvuldig blies hij naar boven. Het bordje ‘niet roken’ vervaagde. As viel op zijn stropdas, die versierd was met KRO-logo’s van heel wat jaren geleden.

Wij spraken ruim twee uur. Mijn held het overgrote deel van de tijd. Langzaam, maar zeer bedachtzaam. Alsof hij de zinnen eerst opschreef en daarna voorlas. Zijn elastische taalgebruik had zich niet aangepast aan zijn hoge leeftijd. Zeslettergreperige woorden klaterden met het grootste gemak de ruimte in.

Om klokslag vijf uur stond mijn held op. In zijn hand het tijdschrift en een stapeltje door mij geschreven teksten dat ik hem na lang twijfelen had durven geven. Hij beloofde ze te gaan lezen. Samen liepen we het korte stukje terug. Onderweg vertelde hij dat hij regelmatig in het etablissement kwam. Bijna dagelijks ging hij. Heen en Weer.

Advertenties

  1. marjoes

    leuk Mijke en wat vond de held van het interview??

  2. Frederique

    Eh, begint zijn naam met een afgeronde universitaire opleiding?
    Wat ontzettend leuk lijkt me, om met die man te praten. Echt een held ja, zeker voor de neerlandici!

  3. Tinus

    ‘…Zodat hij nog jaren veilig over straat zou kunnen..’ Bravo. Want je gunt hem 100+.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: