“Om doodmoe van te worden”

De treinen naar Utrecht rijden niet. Een omroepster met een vriendelijke stem wijst alle reizigers daar herhaaldelijk op. De mededeling schalt door de tochtige stationshal. “Reizigers naar Utrecht reizen het beste om via Nijmegen.” Ik dien deze ochtend college te geven om negen uur. Een onhaalbaar plan. Ik bel mijn collega. “Sorry dat ik zo vroeg bel,” begin ik, terwijl de stationsmevrouw er vrolijk doorheen tettert. “Geeft niks. Vertel het eens.” Ik zie hem zitten. In kamerjas en ongeschoren. Klaar om aan de ochtendkrant te beginnen. Het sneetje wit met hagelslag onder handbereik.

“Er rijden geen treinen vanochtend, zou jij misschien…” -“Tuurlijk, ik ga mijn best doen,” onderbreekt hij mij. “Ik geef wel een geïmproviseerd college. Ga ik nu snel ophangen, anders red ik het niet.” En terwijl ik de trein instap naar Nijmegen, haast de vriendelijke hoogleraar zich uit zijn pantoffels en haalt hij een washand over zijn gezicht,

De trein is overvol. Alleen op de trap is nog plek, tussen twee vrouwelijke studenten. Ik zie op hun schoot allerlei interieurschetsen. Het meisje op de onderste trede klapt haar map dicht. “En dan te bedenken dat ik vanochtend eigenlijk wilde blijven liggen.” Recht op haar hoofd staat een langgerekt knotje dat opgewekt meebeweegt met alle wissels. Het doet me denken aan het gekwispel van een boxer met een door mensen afgeknipte staart. Dat ziet er toch altijd wat pathetisch uit. Net als haar knotje.

Het meisje een trede hoger knikt. “Dat had ik nou ook. Hadden we beter kunnen doen. Dit is echt zwaar klote. Ik ga even Mariëlle pingen dat ze ons wel aftekent bij het hoorcollege.” Ze haalt haar Blackberry tevoorschijn. Haar vingers bewegen zich routineus over de toetsen. “Ik word zo moe hè van al die smartphones,” zegt ze, terwijl ze verder tikt. Het knotje trekt haar wenkbrauwen op. “Hoezo?”

“Nou, vroeger smste je gewoon met elkaar. Deed je een beetje moeite om zoveel mogelijk in een berichtje te zetten. Nu voer je opeens een gesprek. Bij iedere komma piept dat ding. Ik word er helemaal onrustig van.”

Het knotje pakt haar eigen telefoon erbij. “Ik heb nog een simpele. Kan niet op internet.” -“Gelijk heb je,” en het meisje stopt haar slimme telefoon weg. “Dat is tenminste ouderwets gezellig. Al dat geouwehoer. En je moet er wel aan mee doen hè, als je eenmaal zo’n ding hebt. Je ontkomt er niet aan.”

Er klinkt een piepje. “Oh, daar zal je Mariëlle hebben.” -“En?” vraagt het knotje. “Tekent ze ons af?” Haar bovenbuurvrouw kijkt boos. “Nee. Dat vindt ze niet eerlijk. Die trut. Daar doen wij ook niks meer voor dan. Ik ping Susan wel even. Die wil dat wel doen.”

Terwijl ze opnieuw begint te tikken, kijkt ze het knotje met een schuin oog aan. “En dit is nou precies wat ik bedoel. Je blijft bezig met zo’n telefoon. Ik ping me rot. Om doodmoe van te worden.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: