“Niet zo zingen”

Het was koud op het perron dat door de lage zonnestand al voor een groot deel in de schaduw lag. Ik zag gebreide mutsen en zomerrokjes naast elkaar staan. De herfst was plots gekomen en de kilte kroop langzaam de dag binnen. Ik ritste mijn jas verder dicht en nam plaats in de wachtkamer van glas. Op veel stations zijn die afgesloten ruimtes weggehaald, maar in Noord-Brabant zie je er opvallend veel.

Achter het glas waren twee lange, metalen bankjes neergezet. Er was nog maar één plek vrij.  De meeste wachtenden hadden een laptop op schoot of lazen de laatste Facebookberichten op hun telefoon. Er was maar een man die geen apparaat in zijn handen had. Daar was trouwens ook geen ruimte voor. In beide handen hield hij een bierblikje vast. Allebei de lipjes stonden omhoog en afwisselend nam hij een slok van de rechter- en de linkerkant.

“Ja, die precies weten wat goed is voor iedereen,” zei hij plots hard, nadat een indrukwekkende boer langs de laptops van de anderen had gegalmd. “Ja, die het precies weten…” De man keek glazig voor zich uit, over het hoofd heen van het meisje dat tegenover hem zat. Mijn buurman keek de drinker even vlug aan en richtte zich toen weer op zijn iPhone.

“Ik zat net nog in de bus vanuit Vught. Daar kom je er tig tegen. Ja, van die jongens die het wel weten. Zo van zus en van jet. Ze zoeken het maar uit. Mij lopen ze niet voor de voeten.” De man sprak luid, maar ik had niet de indruk dat hij wilde dat wij allemaal zouden luisteren. Nog steeds staarde hij met waterige oogjes voor zich uit. Het meisje leek niets door te hebben. De man werd vakkundig genegeerd door de acht mensen die in de ruimte zaten.

“Ik zal ze gewoon in hun hol kruipen,” zei hij boos. “Nou, gelijk heb ik,” beaamde hij vervolgens. “In hun hol… Wat vind jij?” Ik keek hem aan. Benieuwd aan wie hij de vraag had gesteld. Zijn blik was echter niet van positie veranderd. “Oh ja? Dat vind ik nou ook,” knikte hij opeens driftig. “Niet zo zingen, dan kan ik mezelf niet horen denken. Je moet even stoppen met zingen nu.” Hij sloeg het inmiddels leeggedronken blikje met zijn rechterhand plat op zijn voorhoofd. “Pas op hoor, ik heb ook nog een linkerhand,” klonk het dreigend. “Ik tel tot drie… Oh, dat dacht ik ook ja. Niks meer zeggen nu. Ik word moe van jou.”

Aan weerszijden van het perron kwam een trein binnen. Alle laptops werden ingeklapt en de eerste mensen verlieten de beschutte plek achter het glas. Ook ik stond op. Terwijl ik de deur opendeed, zag ik dat de man een nieuw blikje pakte. Op de grond stond een grote Albert Heijn tas. “Ja, hou nou eens op met dat gezing!” riep hij boos. Met een luid gesis verspreidde zich een verse bierlucht door de lege ruimte. Maar de man kon de plotselinge stilte niet horen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: