Bijpraten

Vanaf het moment dat het meisje was ingestapt, stond ze nerveus naar buiten te kijken. Met één been nog op de trede en met haar tas al op een klapstoeltje, scande ze met haar ogen razendsnel het perron af. Nog een minuut en dan zou de trein vertrekken. Vlug keek ze op haar horloge. En daarna op de klok verderop. De secondewijzer tikte door.

De conducteur floot al. Nog maar twintig seconden. In de trein was het bomvol. Zowel beneden als boven waren alle zitplaatsen bezet. Ik zat op de trap die naar de eersteklas coupé leidde. Achter mij zat een man die zojuist met een boos gezicht ook op een trede was geploft. “En daar betaal je dan een duur kaartje voor,” had hij ontevreden gemompeld.

De conducteur floot nog een keer. Harder nu. Een laatste waarschuwing. De deuren sisten. “Hier! Hier sta ik!” schreeuwde het meisje plots naar buiten. Ik hoorde iemand rennen. Het meisje hield de deuren tegen en met een dreun belandde een jongen naast haar. Hij was van het perron zo de trein in gesprongen. Achter hem zogen de deuren zich vast. Er was geen weg meer terug.

“Toch nog gehaald,” zei hij opgelucht terwijl hij het zweet van zijn voorhoofd wiste. “Gelukkig,” sprak het meisje. Haar wangen kleurden rozig. “Dat is lang geleden hè?” vroeg ze aan de jongen. “Nou, zeg dat wel,” beaamde hij. “Leuk om eindelijk eens bij te kunnen praten.”

De trein reed Utrecht uit en de wissels zorgden voor een hels kabaal. Ik zag dat het meisje een hand door haar haren haalde en met een snelle beweging  maakte ze haar lippen nat. Die glommen nu.

“Hoe is het met je?” vroeg ze aan de jongen. “Ja, goed, goed. Druk natuurlijk. Onwijs druk. Nou ja, je kent het.” Het meisje knikte. De jongen probeerde zijn jas uit te doen, maar de rits haperde. Na een paar vergeefse pogingen, staakte hij zijn activiteit en keek naar buiten. Dat deed het meisje ook.

Minutenlang bleef het stil. Af en toe keek het meisje naar haar medereiziger, maar die leek niets door te hebben. “Dus,” sprak de jongen opeens uit het niets. “Dus.”

“Wat: dus?” vroeg het meisje. “Oh niks, gewoon dus,” antwoordde de jongen. De man achter mij zuchtte. Het meisje moest hard lachen. “Haha, dus. Jij bent echt grappig,” bracht ze hinnikend uit. De jongen grijnsde nu ook.

Daarna werd het weer stil. Alleen de trein maakte geluid. Ik werd er een beetje ongemakkelijk van. We waren al bijna in Den Bosch en er was nog niet veel bijgepraat tussen die twee.  Ik zag dat het meisje voortdurend naar de jongen keek, maar die beantwoordde haar blik niet.

“Zeg,” sprak de jongen na vijf minuten plotseling. Het meisje keek hem hoopvol aan.  Blij dat hij eindelijk weer iets zei. “Weet jij of ze bij de Plus inmiddels al verse pesto hebben?” Ze slikte en probeerde haar teleurstelling te verbergen.

“Verse pesto? Geen idee, ik sta altijd bij het brood.”

Advertenties

Eén reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: