Blikvangers

Wie in Utrecht over de Stadhuisbrug loopt, weet dat het zaak is om alleen maar naar de grond te kijken. Wie het waagt een blik omhoog te werpen, wordt gegrepen door krantenverkopers, goede doelencollectanten en enquêteurs. De doorgewinterde wandelaar weet dat en staart dus automatisch naar beneden. In de trein is het soms noodzaak een zelfde strategie toe te passen.

Tegenover mij ging een grote man zitten. Zijn buik had een indrukwekkende omvang. “Hè, hè ik zit,” pufte hij hardop. Normaal gesproken zeggen reizigers dat niet hardop. Men gaat zitten en pakt de Metro of Spits erbij, maar vertelt daarbij niet dat er zojuist is  plaatsgenomen op de kunstleren zitting. Deze man keek tijdens zijn mededeling zoekend om zich heen. Speurend naar een blik die hij kon vangen.

Snel keek ik naar beneden. Op mijn schoot lag een stapel werkstukken die ik na moest kijken. Mijn rode pen al in de aanslag. De trein vertrok en naast me ging een meisje zitten. Ze was een jaar of 20, droeg een strakke spijkerbroek en All Stars.

“Hè, hè u zit,” zei de man tegen haar. Het meisje lachte vriendelijk. Ze had een rood hoofd en hijgde een beetje. “U heeft zich zeker gehaast?” vroeg de man. Ze knikte. “Zeker. Mijn bus was te laat, vandaar.”

“Oh ja,” klonk het haast ongeïnteresseerd uit de mond van de man. “Ik had genoeg tijd. Alles al van tevoren uitgezocht. Berekend dat ik ook nog even naar Jan de Groot wilde, dus extra vroeg vertrokken.” Bij de woorden ‘Jan de Groot’ tikte hij op een plastic tasje dat op zijn schoot stond. “Heeft u Bossche Bollen gekocht?” vroeg het meisje.

“Zekers. Dat zijn de beste hè. Het is niet helemaal goed voor de lijn, maar ach… Je gaat nou ook weer niet zo vaak naar Apeldoorn, toch? Ja, u moet weten, daar woont mijn dochter namelijk met haar vriend. Aardige gozer wel hoor. Een beetje dom en ook wat lui, maar zij is er dolverliefd op. Het is Roy voor en Roy na… Geen speld tussen te krijgen. En nou is ze zwanger. Vier maanden.” De man was steeds sneller gaan spreken.

Het meisje deed haar jas uit. “Zwanger? Dat is leuk zeg. Dan wordt u opa,” zei ze in de adempauze van de overbuurman. Ik zette intussen een aantal rode strepen. Het regende onvoldoendes tijdens deze treinrit.

“Ja, vertel mij wat. Opa. Zeg nou zelf. Vindt u mij een opa? Ik bedoel, ik ben misschien wat te zwaar, maar verder nog helemaal fief hoor. Ik word echt niet zo’n oude man die zijn kleinkinderen over vroeger vertelt. Ik ben nog hartstikke jong. Anders zou ik ook niet zomaar alleen reizen natuurlijk. Maar ik heb het helemaal voorbereid hoor. Gewoon van de 9292 geprint. Straks moet ik in Utrecht overstappen op de trein naar Apeldoorn. En dan neem ik daar de bus richting mijn dochter. Appeltje eitje.”

“Goed hoor,” sprak het meisje waarderend. “Ja, dank u wel. Ik heb alles altijd goed op orde, dat merkt u wel. En mag ik even zeggen dat ik het hartstikke gezellig met u vind? Er zijn altijd van die mensen die niet willen praten hè. Die gaan dan zitten werken in zo’n trein. Dan is dit toch veel leuker? Werken kan altijd nog.”

“Nou, inderdaad,” beaamde het meisje. Het bleef even stil. Ik voelde twee paar ogen prikken, terwijl ik een 4 op het papier zette. Ik durfde niet meer omhoog te kijken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: