Dikke plakken rode acne

“Hé, met mij. Hoe is het met je? Alles goed?” De stem van de jongen was wat aan de hoge kant. Als ik hem niet had kunnen zien, had ik gedacht dat hij een jaar of 14 was. De leeftijd van kriebelende stoppels op de stembanden. De baard is er nog niet.

Maar ik zag de eigenaar van de stem wel. Een volwassen man zat naast mij op het bankje. Ik schatte hem een jaar of vijfentwintig. Samen wachtten we op de trein. Hij met de telefoon aan zijn oor. Zijn lichaam was volgroeid, maar zijn uiterlijk had iets jongensachtig. Niet in de laatste plaats door de dikke plakken rode acne in zijn nek en op zijn wangen. Het spitse gezicht droeg een te zwaar montuur. De bruine haren glommen van de gel. Ik vermoedde dat zijn kapsel keihard zou aanvoelen als ik er met mijn vingers overheen zou strijken.

Maar het zou gek zijn om te doen, dus deed ik het niet.

“Ik zou het heel leuk vinden als je langs zou komen, maar ik begrijp het natuurlijk als het niet lukt. Neemt niet weg dat het ik wel heel leuk zou vinden dus.” Zijn hoge stem trilde bij de woorden ‘heel leuk’. Zijn voet deed mee. De in grote zwarte schoenen gehulde tenen steunden op de grond. Zijn hak bewoog onrustig in de lucht. Het waren werkschoenen. Uit de bouw vermoedde ik. De neuzen waren verstevigd met staal.

“Snap ik, snap ik. Mocht het toch niet lukken, dan is het niet erg. Ik bedoel, er zijn nog genoeg avonden dat je kan blijven slapen. Toch? Maar ik zou het heel leuk vinden als je langs zou komen. Heel leuk.”

Ik zag dat hij de telefoon hard tegen zijn oor duwde en hij peuterde nerveus aan een puistje op zijn wang. Dat werd steeds roder. Misschien zou hij het straks voor de spiegel uitknijpen. Zoals elke avond, een vast ritueel. De spetters dienden na afloop met wc-papier te worden afgeveegd. Een witte waas zou overblijven. Alleen Glassex kon het weer helder krijgen.

“Nee, ik heb verder geen plannen. Ik ben alleen. Ik wilde nog even tegen je zeggen dat ik het vorige week echt heel gezellig vond. Ik bedoel, ik heb niet heel veel vergelijkingsmateriaal, maar met jou voelde het wel heel goed. Bij jou ook?”

Het bleef even stil. In de verte vertrok een trein en kwam een andere aan. Ze passeerden elkaar soepel. Het klikken van de wissels was nauwelijks te horen.

“Oh,” klonk het plots. Ik zag dat het puistje bloedde. “Nee, dat kan gebeuren zo’n vergadering. Nee, echt, ik vind het niet erg. Had het heel leuk gevonden je weer te zien, maar voldoende kansen nog. Tóch?”

Deze ‘toch’ klonk onzeker. Ik keek naar zijn voeten. Die bewogen niet meer. “Oké. Dan wacht ik gewoon op jouw telefoontje. Nee, echt. Is niet erg. Ik snap het wel. Als jij niet helemaal zeker bent. Neem gerust je tijd. Ik wacht wel… Ja, tot, uh… Tot snel. Misschien.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: