“Nooit aan een Marokkaanse beginnen”

In de trein maken telefoons overuren. De slimme varianten worden gebruikt om het laatste nieuws te lezen of een nieuwste update op Facebook te zetten. Veelal staat in zo’n tekst dan dat de afzender in de trein zit. Of dat de aardappelen gisteren helaas net te gaar waren en er klontjes in de jus zaten. Dat kunnen alle 330 vrienden vanuit hun trein dan weer liken.

Vanmiddag werd er vooral ouderwets gebeld in mijn coupé. Achterin zat een man in pak en met een lederen aktetas ingewikkelde zaken te doen. Via de kleine speaker in zijn Nokia werden Engelse termen naar de andere kant gestuurd.  Ik kon er weinig zinvols van maken.

Naast mij zat een Marokkaanse jongen. Hij droeg een spijkerbroek, sneakers en een leren jas met bontkraag.  Zijn telefoon ging. Hij zuchtte lang en hard. Op het schermpje stond ‘Fatima, mobiel’.

“Met mij,” klonk het mat. “In de trein. Hoezo wil jij dat weten? Vertrouw je me soms niet?” klonk het plotseling opgefokt. “Gewoon, naar Nijmegen. Werk weet je wel. Ik werk.”

Hij luisterde even. “Ja, doei,” klonk het daarna ongeïnteresseerd en hij hing op. “Neem van mij aan meneer: u moet nooit een Marokkaans vriendinnetje nemen,” sprak hij op serieuze toon tegen de man die tegenover ons zat.

Onze overbuurman was een jaar of dertig. Droeg een mooie lange, wollen jas en was tot op dit moment verdiept geweest in het nieuwste boek van Herman Koch. “Oh ja?” klonk het geamuseerd. “En hoezo dat dan?”

– “Nou, meneer. Doodvermoeiend zijn ze. Echt dood…” Zijn telefoon ging weer. Fatima. “Sjesus, kan die nou niet.. Jahaa, met mij,” zei hij gehaast. “Nee dat kan niet vanavond. Nee, morgen ook niet. Ik heb het druk. Ga maar met je vrienden. Ja. Ik ga ophangen nu. Dag.”

“Ziet u?” zei hij tegen de man. “Bekaf word je ervan. Die kunnen geen moment zonder je. Nee, als ik u één advies mag geven: nooit aan een Marokkaanse beginnen.”

De man knikte. “Ik zal het onthouden,” en hij richtte zich weer op zijn boek. Bij de jongen kwam een sms’je binnen. Ik zag ‘Fatima’ staan. Hij drukte het snel weg.

Tien minuten lang zwegen we alle vier. De jongen. De man. Koch. En ik.

Totdat de telefoon weer ging. ‘Ghislaine Fatough’ stond op zijn schermpje. Onderzoekend keek de jongen mij aan.  Zou ik de naam hebben gezien? Na een korte aarzeling nam hij op.

“Nee hoor meisje, je stoort helemaal niet. Jij mag altijd bellen. Gaat onze date vanavond nog door?”

Advertenties

  1. Rob

    Een cliché-opmerking misschien maar ook een waarheid als een koe: erg herkenbaar weer! U schrijft bijzonder leuk, mevrouw Pol.

  2. *zwijgt* …………………….

  3. @DesiDutchie

    you really have a wonderful way with words, Mijke

    and what a fun and interesting way to not only learn dutch but also to learn about the Dutch !!

    keep the stories coming …

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: