“Eigenlijk is het nog zomer”

In de trein naar Utrecht was het rustig. Wie niet in de spits reist, heeft zitplaatsen te over in de grote dubbeldekkertreinen die op dit traject rijden. “Ja, dat is natuurlijk een beetje laat nu,” verzuchtte een oudere dame die tegenover mij zat. Ze droeg een rok tot over haar knieën, een beige blouse en een donker gebreid vest.  “Wat bedoel je?” vroeg de vrouw naast haar. “Nou, die zon,” en ze knikte naar buiten. “Gaat ie nu een beetje schijnen. En dat terwijl het alweer herfst is. Had ie veel eerder moeten doen. Dat schijnen.”

Ik keek naar buiten. Het water van de Maas glinsterde en op de uiterwaarden graasden bonte koeien. Over een tijdje zouden die weer verdwijnen. Dan werd het te koud om in de open lucht te lopen. Maar nu trok het landschap van Marsman nog in alle perfectie aan ons voorbij.

“Eigenlijk is het nog zomer hoor,” zei de buurvrouw van de lange rok. Zij droeg zelf een spijkerbroek, Ecco’s en een windjack. Ik schatte haar een jaar of zeventig.

-“Ach, doe niet zo gek. Het is helemaal geen zomer geweest. We hebben al drie maanden herfst,” zei de rok zuur.

Het bleef even stil. De trein denderde verder. Konijnen sprongen weg. Geschrokken van het metalen monster.

“Ach, het viel best mee,” suste de spijkerbroek. “Het heeft wat geregend ja, maar ik heb heerlijk in de tuin kunnen zitten hoor.”

– “Het heeft helemaal niet wat geregend. Het viel met bakken uit de hemel. Ik heb alle maanden last gehad van mijn gewrichten. En dat heb ik normaal alleen maar in de herfst. Mijn enkels zijn zo dik als ik weet niet wat en ik heb alweer drie blaasontstekingen gehad.”

Een krakerige stem van de conducteur bereikte onze coupé. Station Utrecht naderde. “Heb je alles?” vroeg de spijkerbroek. De lange rok knikte. “Het belangrijkste heb ik bij me,” en ze tikte op de grote paraplu die naast haar stond.

Terwijl de trein vaart minderde, liep ik achter hen aan naar de uitgang. Even later gingen met een zucht de deuren open. Voorzichtig stapten de dames uit. Nog voordat ik een voet op het perron had gezet, hoorde ik de rok hoesten. “Zie je, ik ben nog nooit zo vroeg verkouden geweest. Wat een weggegooid seizoen.”

Samen liepen ze richting de roltrap. Ik zag dat de spijkerbroek haar jack openritste. Het was warm in Utrecht.

Advertenties

Eén reactie

  1. Tjeerd

    Heel mooi en eenvoudig verhaal. Ik blijf erbij dat de NS deze korte blogs zou moeten bundelen in een leuk boekje of zo. Reizen met de trein wordt leuker zo!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: