Het compartimentsyndroom

Woensdag 26 januari
Locatie: wachtkamer polikliniek chirurgie
Tijd: 08.40 uur

Wat heb jij gedaan?” De jongen wijst naar mijn enkel. Dik ingepakt in wit verband dat vastgeplakt is met bruine pleisters. “Aangereden. Gescheurde enkelbanden,” licht ik mijn verwonding toe. De jongen knikt. “Bij mij is het nog erger. Betonnen paal. Alles aan gruzelementen.” Ik vermoed dat hij doelt op zijn onderbeen. En niet op de paal.

Samen zitten we deze ochtend in de wachtkamer van de polikliniek chirurgie. Het ziekenhuis biedt een trieste aanblik. Binnenkort gaat het verhuizen naar een andere locatie. Röntgenapparatuur, flessen jodium en kilo’s snijgereedschap staan in dozen op de kale gangen. Een dokter klaagt bij de secretaresse. “Ik wil een status uitprinten, maar waar is dat ding gebleven?” – “Ah, de printer is al ingepakt dokter. U kunt het misschien bij orthopedie proberen.” De arts zucht. “Dit is toch geen werken gelijk,” en met een klap gooit hij de deur van zijn kamer dicht.

“Ja, je verwacht het niet hè, zoiets. Het ene moment zit je gewoon nog naar de radio te luisteren en het volgende ogenblik lig je opeens op een brancard.” De jongen heeft het afdruktumult niet meegekregen. Hij houdt zijn krukken stevig vast.  “En dan heb ik ook nog last van het compartimentsyndroom.”

Zijn toon is mysterieus en het is duidelijk dat hij hoopt dat ik door ga vragen. Ik kijk op de klok. Nog een kwartier te gaan.

“Wat is dat?” besluit ik te voldoen aan zijn verwachting.

“Nou, dat is heel ernstig. Komt niet zo vaak voor,” klinkt het haast trots. Hij strijkt liefdevol met zijn rechterhand over het gips. “Daar kwamen ze tijdens de operatie achter. Alles begon op te zwellen. Niet normaal joh. En dus moesten ze de wond open laten. Man, dat wil je niet meemaken hoor. Zoals dat eruit ziet. Tjongejonge.”

Terwijl hij trots naar zijn voet staart, vliegt de deur van de spreekkamer weer open. “En waar is mijn prikbord gebleven?” De arts van zojuist staat boos in de deuropening. Hij wappert met een stapeltje papieren. “Hoe kan ik dit nou nog ophangen?” De secretaresse houdt een rol plakband omhoog. “Goed nieuws. U mag vandaag bij hoge uitzondering dingen op de muur plakken. Alles gaat toch plat.”

“Nou en dat duurt wel een paar maanden hoor, voordat het weer in orde is,”  vervolgt mijn buurjongen onverstoord. Een harde klap bevestigt dat de deur weer dicht zit. De secretaresse zet het plakband weer terug.  Ongebruikt.

“Om dan nog maar niet over de revalidatie te spreken. Ik gok dat ik zo een jaar verder ben. Nou daar ben ik mooi klaar mee.” Terwijl ik nadenk over de absurditeit van die uitdrukking (hoezo mooi klaar?), verschijnt de arts weer. “Meneer Pietersen?” – “Ah, dat ben ik.” En mijn buurman strompelt op één been en met zijn krukken naar de deur. “Welkom,” klinkt het boos. De haren van de dokter zitten door de war. Zijn gezicht is rood. “Ik mag hopen dat het vandaag beter met  u gaat?” Zijn stem klinkt dreigend. Nog voordat ik het antwoord van mijn buurjongen kan horen, zwaait de deur alweer dicht.

Ongemakkelijk schuifel ik op mijn stoel. De secretaresse kijkt me even vlug aan. “Geen zorgen. Af en toe heeft ie dat. Gewoon met zijn verkeerde been uit bed gestapt.”

Advertenties

  1. Jan

    Shit happens. Beterschap!

  2. De een scheurt haar enkelbanden, de ander rijdt tegen een betonnen paal aan of stapt met het verkeerde been uit bed… Advies: je gewoon nog eens lekker omdraaien of vandaag met een mooie film op de bank kruipen. Leuk stuk!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: