Het frietkot

Woensdag 5 januari
Plaats: Antwerpen Centraal
Tijd: 18.05 uur

In de centrale hal van het futuristische Antwerpen Centraal  is het zo koud als een kathedraal in hartje winter. Tussen de perrons die op verschillende niveaus liggen, waait een ijzige wind. De van metaal gevlochten biechtstoelen doen de billen tintelen. Roltrappen verdwijnen in een oneindige diepte en liften schieten omhoog naar een onbekende bestemming. De klim duurt eindeloos.

In de lange gangen van het station staan reizigers, die hun overstap gemist hebben, samengepakt. Dat missen van de trein gebeurt hier meer dan op andere Vlaamse stations. Door de enorme afstanden die men tussen de verschillende treinen moet afleggen, is de op papier zo perfecte aansluiting een volledig onhaalbare expeditie geworden.

Zo nu en dan reis ik naar Antwerpen om  naar de groep gestranden te kijken. Geraakt tussen wal en schip. Veelal met rolkoffertjes en rugtassen. Wachtend op een internationale trein die maar een keer per zoveel uur rijdt.

Mijn favoriete plek is onder een parasol in de stationspasserelle. Gele en rode driehoeken vormen samen de paraplu waar ik graag onder zit. Het zijn dezelfde kleuren als van het tegenover gelegen frietkot. Dat is geen toeval. Het zitje is speciaal gecreëerd om friet op te eten.

De Vlaamse frituur profiteert flink van alle wachtenden. Het roodgele loket baadt deze avond in fel TL-licht . Een warmtelamp moet de frietbakker het comfort verschaffen dat de reizigers missen. Zijn vet dampt richting de buurman die kebab verkoopt. Die heeft het niet druk vanavond. In de anderhalf uur dat ik al op een krukje zit, heb ik slechts één jongen van een jaar of zestien iets bij hem zien kopen.

Vanaf spoor 8  komen twee meisjes aangelopen. Ik schat ze een jaar of twintig. De langste van de twee draagt een grote weekendtas. Aan haar voeten afgesleten All Stars. Haar spijkerbroek is net te kort, waardoor bij iedere stap haar roze sokken zichtbaar zijn. Blonde haren zijn samengebonden in een elastiekje. Strak naar achteren. “Oh, daar heb ik nou zo’n zin in. Ruik je dat? Friet. Wat denk je ervan?” Ze kijkt het andere meisje aan. Dat is stukken kleiner,  heeft korte zwarte haren en draagt een rond brilletje.

“Tja, we kunnen het natuurlijk doen,” zegt ze met een ondertoon van twijfel. “Maar ik zou eigenlijk thuis eten, met Tomas.” Het blonde meisje kijkt op haar horloge. “Dat wordt dan wel erg laat hoor. We moeten nu eerst ruim een uur wachten.” Ze snuift. “Mmm… lekker.” Aan hun tongval te horen komen ze uit de randstad. De trein naar Amsterdam heb ik tien minuten geleden zien vertrekken.

Het meisje met de zwarte haren volgt haar vriendin die al richting de roodgele luifel is gelopen. “Ik ga het doen. Kunnen we het straks daar opeten,”  en ze wijst naar twee lege plaatsen aan het tafeltje naast me. “Jij ook?”  Het ronde brilletje knikt. “Ja, doe mij ook maar. Wel een kleintje hoor. Het moet niet te gek worden.”

“Twee kleine friet alstublieft,” bestelt de langste. “En de saus?” vraagt de man van het frituur. “Doet u maar mayonaise voor mij.” De man knikt. En bij de andere?” Het ronde brilletje schraapt haar keel. “Welke heeft u allemaal?” Op het gezicht van de frietbakker verschijnt een glimlach. “Ik heb de meeste keuze van alle frituurs in Antwerpen. Zal ik ze even opnoemen?”

“Nou, dat hoeft niet hoor, ik neem wel gewoon…” zegt het meisje haastig. Maar de man luistert al niet meer.

“Ik heb mayonaise, tartare , pickles, cocktail, andalouse, americaine, samurai, curry, béarnaise en joppiesaus . En vergeet vooral niet de provencaalse saus, brasil, looksaus, schaschliksaus, pepersaus, hannibal, bourgy burgersaus, stoofvleessaus én speciale saus.” Op die laatste legt hij de nadruk. “Wilt u die misschien?” zegt hij op verleidelijke toon. “Is aan te raden hoor. Heb ik zelf bedacht. En tussen u en ons gezwegen: zoiets heeft u nog nooit geproefd.”

“Nou, weet u. Ik ben niet zo avontuurlijk. Doe maar gewoon mayonaise,” zegt het meisje zachtjes.

“Weet u het écht zeker?” De man klinkt teleurgesteld. “Zal ik ze anders nog eens opnoemen. Ik deed het ook een beetje snel.”

Het meisje kijkt op haar horloge. Er moet nog lang gewacht worden. “Nou, doet u maar dan.”

En met een tevreden gezicht begint de man opnieuw. De overige klanten luisteren geduldig. De frituurman zal straks trots zijn rijtje snacks opnoemen. Dat weet ik, want dat heeft hij in de tijd dat ik er zat al zo’n vijftien keer gedaan. Ja, de man van het frietkot vaart er wel bij. Al die reizigers met zeeën van tijd.

Advertenties

  1. Dat is behoorlijk saustastic!

  2. Ik mis keuze bij m’n frieten…

  3. Doe mij maar de stoofvleessaus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: