Tot Zover en niet verder – DEEL II

Pol heeft meegedaan aan een schrijfwedstrijd van uitgeverij Contact. Het bereiken van de finale stemde hoopvol. Maar helaas. Het eindresultaat ligt ergens tussen plek 2 en 12. Niet getreurd. De komende dagen zal in vier delen het verhaal op Pol Blogt verschijnen. Het thema van de wedstrijd, ‘Schrijf je eigen einde’, werd gekozen naar aanleiding van het boek Het Einde van Chris Impey dat in augustus 2010 verschijnt.

DEEL II

Op de rand van zijn bed voelde Anton even aan de zak van zijn pantalon. Het doosje zat er nog. De inhoud was alweer vijf jaar oud. Een pil. Gekregen van de huisarts. Die had het medicijn niet gemakkelijk gegeven overigens. In de praktijkkamer had hij zorgelijk gekeken. “Maar Anton, dit kan alleen als de situatie uitzichtloos is. En er moet ook nog zoiets zijn als ondraaglijk lijden.”

Anton had gezucht. Hij was er op voorbereid dat die brave lul van een Harmsen hem niet zomaar de pil zou geven.

“Luister nou eens Jan,” was hij begonnen, “ik werk al veertig jaar bij een begrafenisonderneming die Tot Zover heet. Veertig jaar Jan! Dag in dag uit zie ik dezelfde sneue collega’s, moet ik hun indrukwekkend lage humorniveau verwerken en kan ik het aantal doden niet meer tellen. De enige variatie in mijn werk is begraven of cremeren. Noem dat maar eens niet uitzichtloos. Dus geef me zo’n pilletje, dan weet ik dat ik er gewoon een keer pijnloos een eind aan kan maken. Heerlijke gedachte.”

“Anton, hier werk ik niet aan mee. Ik ga je doorverwijzen naar een goede psychiater. Ga hier nou gewoon eens over praten man. Dat helpt.” Anton had gezucht. Voelde in zijn binnenzak en vond daar de foto. “Kijk eens Jan. Heb ik drie weken geleden gemaakt op de begrafenis van jouw buurman.” De dokter keek en trok wit weg. Op de foto stond hij in een innige omhelzing met de buurvrouw, achter de kerk waar zojuist de afscheidsdienst was gehouden. “Laten we verstandig doen dokter,” stelde Anton op lieve toon voor. “Ik stuur ‘m niet op naar jouw vrouw en jij geeft me nu zo’n Drionnetje.”

Een week later kon Anton het tablet ophalen. Gewoon bij de assistente, die hem toevertrouwde dat zijn verkoudheid nu vast snel over zou gaan.

Sindsdien was het leven gemakkelijker geworden. Tijdens de zoveelste vergadering had Anton even aan het doosje gevoeld. Ieder moment kon het afgelopen zijn. Als hij het wilde. Een geruststellend idee.

Terwijl hij zijn broek aandeed, ging de telefoon. Hij keek op het schermpje. Lodewijk. Moest die hem nu ook al om half zeven bellen? “Ja, met Anton,” bromde hij in het microfoontje. Hij hoorde Lodewijk  janken. “Anton, kerel, mijn moeder is vannacht overleden. En nu moet er van alles geregeld worden. Ik heb een ervaren iemand nodig. Het moet het beste van het beste worden! Wil jij het alsjeblieft doen?”

Anton zweeg even. Razendsnel dacht hij na. Het werken met Lodewijk zou zonder twijfel een ramp worden. Daarentegen stond hij als uitvaartleider boven de nabestaande. “Anton, je moet weten dat ik de naam van de persoon die dit voor me doet, doorgeef aan het hoofdkantoor. Daarmee ontvang je een flinke opslag. Dan hoef je het jaar echt niet vol te maken. Kun je nu al stoppen,” snikte hij.

“Ik doe het,” zei Anton direct. “Ik kom nu naar je toe om de dingen te bespreken.”

Een half uur later stond Anton voor een deur met naast de bel een bordje waar familie Van Dongen op stond. Lodewijk deed open. Zijn ogen waren rood en een T-shirt zat gekreukt om zijn lichaam. Wat is het toch een pathetische vent, dacht Anton toen hij de huiskamer binnenstapte en Lodewijk zijn neus overdreven hard begon te snuiten.

Er stond niet veel in de kamer. Twee gebloemde zetels, een koffietafel en een grote boekenkast. Een van de stoelen was richting het raam gedraaid. Er zat een man in van een jaar of zestig. Toen Lodewijk eindelijk klaar was met zijn tissue en zijn hand aan de zijkant van de broek had afgeveegd, stelde die hem voor aan de zittende heer. “Dit is mijn vader. Allard van Dongen. Hij was 35 jaar getrouwd met mijn moeder.”

Allard stond op en schudde Antons hand. “Aangenaam meneer. Ik geloof dat u onder mijn zoon werkt? Uitstekend. U kunt de papieren en alle rompslomp doornemen met mijn zuster. Die is nog boven om de kleren voor mijn vrouw uit te zoeken. Lodewijk en ik gaan even naar de sociëteit een hartversterkertje nemen.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: