Tot Zover en niet verder – DEEL I

Pol heeft meegedaan aan een schrijfwedstrijd van uitgeverij Contact. Het bereiken van de finale stemde hoopvol. Maar helaas. Het eindresultaat ligt ergens tussen plek 2 en 12. Niet getreurd. De komende dagen zal in vier delen het verhaal op Pol Blogt verschijnen. Het thema van de wedstrijd, ‘Schrijf je eigen einde’, werd gekozen naar aanleiding van het boek Het Einde van Chris Impey dat in augustus 2010 verschijnt.

DEEL I

“Gooooooooooodmooooooooooooooooorning Anton! Laat je niet kisten man, tijd om op te staan!”
Anton zuchtte diep bij het horen van de ingeblikte stemmen van zijn vier collega’s die hem twee weken geleden voor zijn vierenzestigste verjaardag een mobiele telefoon cadeau hadden gedaan. Lang had hij die moderne onzin van zich af weten te houden.

Totdat Lodewijk kwam. De twintiger was aangetrokken om de boel eens goed te automatiseren. Opdracht van het hoofdbureau, dat de onderneming in de Achterhoek in het jaarrapport als hopeloos ouderwets had bestempeld.

En sinds zijn komst vielen er in de kantine termen die Anton nog nooit gehoord had. De meest zorgwekkende was twitter. Lodewijk had tijdens de lunch met een maniakale schittering in zijn ogen verteld dat de zaak ging twitteren. “Mannen, allemaal even een account starten en je tweets zakelijk inzetten. Onze toekomst bestaat uit een stukje interactiviteit. Klantenbinding, heren. En daarbij de efficiency niet uit het oog verliezen.”

“Snotneus,” had Anton gebromd. Alsof hun klanten niet vanzelf kwamen. Dat ging al jaren goed. Bij een lekkere, benauwde hittegolf een piek, en de rest van het jaar toch zeker wel veertien of vijftien mensen per week. Daarmee was begrafenisonderneming Tot Zover al vijf jaar op rij koploper in de regio Oost-Nederland. Een resultaat dat jaarlijks met koffie en petitfours gevierd werd in Conferentiehotel Drienerburght in Enschede.

In de kantine was Lodewijk verder gegaan. “Ik vind het een must dat alle werknemers een gsm hebben. Ik wil optimale bereikbaarheid.” Bij die laatste woorden had de baas naar Anton gekeken. Er werd gegniffeld. Anton was de enige van het team die onderweg niet gebeld kon worden. Lodewijks voorganger had dat nooit erg gevonden. Tijdens diensturen mochten die dingen toch nooit aanstaan. Bovendien hield Anton altijd nauwgezet een agenda bij. In de grote weekplanner stond precies waar hij die dag naartoe zou gaan. Op kantoor hoefde men het ding maar open te slaan om te weten waar hij was.

Anton had afwezig geknikt en er was die week niet meer over gesproken. Totdat hij dinsdagochtend op het werk kwam en een versierde bureaustoel aantrof. “Hier zit ik nou net op te wachten,” had Anton gemompeld. Vanachter de dossierkast kwamen zijn vier directe collega’s gesprongen. “Verrassing! Van harte gefelicieerd!” riepen ze simultaan.

“Anton, omdat dit de laatste verjaardag is voor je pensioen, hebben wij een speciaal cadeau. Volgend jaar zit je op deze dag vast ergens in de zon van je vrije tijd te genieten. En wat is het dan fijn dat je ons kunt bellen!” Anton was ijskoud geworden. Hij had het viertal bestudeerd. Zelden had hij zulke schlemielen in één ruimte bij elkaar gezien. In zijn handen was een mobieltje gedrukt. “Met abonnement Anton! Ideetje van Lodewijk. Het eerste jaar op kosten van de zaak, en het tweede moet je zelf betalen. Dan werk je hier immers niet meer. Oh, en we hebben alvast onze nummers en je wekker ingesteld. Je kunt er nu zo mee aan de slag.”

De ochtend na zijn verjaardag was hij wakker geschrokken. Beneden had hij wanstaltig gekrijs gehoord. Slaapdronken stommelde hij naar beneden. Verbaasd bleef hij op de onderste traptrede staan. “Wel potverdorie. Dat lijken verdomme wel… Maar, hoe kan dat nou?” Het geluid was uit zijn linkerjaszak gekomen. Hij griste zijn cadeau eruit dat inmiddels aan de zoveelste ‘Gooooooooooodmooooooooooooooooorning Anton!’ was begonnen. Hij had lukraak wat knoppen ingedrukt. Na de vijfde poging was de herrie op gehouden.

Toen hij een uur later achter zijn bureau zat, was het Peter die nonchalant “Lekker geslapen Anton?” had gevraagd. De andere drie waren in lachen uitgebarsten. Van binnen kookte Anton, maar hij liet niets blijken. “Heel grappig heren. Hoe zet ik die wekker uit?”

Hij had er geen antwoord op gekregen. Met een zelfvoldane grijns had Peter hem verteld dat Anton dát zelf maar moest uitzoeken. Lodewijk was op hetzelfde moment binnengekomen. “Jij kunt dit probleem tackelen! Pak dit leermomentje Anton. Op zoek naar een andere wekker, leer je de wereld der telefoons vanzelf kennen.” Anton had graag gezegd dat Lodewijk het leermomentje in zijn hol kon stoppen. En dat hij het met alle liefde nog even aan had geduwd. Maar in plaats daarvan had hij mee gelachen met de rest.

“Totdat je ‘m door hebt Anton, zal ik hem iedere dag even voor je opladen,” had Lodewijk voorgesteld. In de dagen die daarop volgden had hij Anton op onbewaakte momenten gebeld. De eerste keer had Anton de ringtone niet herkend als de zijne. Lodewijk stond tien minuten later met draaiende motor voor de deur van een klant.

“Ja, Anton, dit kan dus niet. Als ik je bel, moet je wel opnemen. Anders weet ik niet waar je bent.” Anton keek hem verbaasd aan. “Maar je hebt me nu toch ook gevonden?” De mafkees zat in een idioot dure auto. Open dak, leren bekleding en glanzende velgen. “Niet zo bijdehand hè Anton,” zei Lodewijk op ijzige toon. “We gaan allemaal mee met de tijd. Al-le-maal.” Dat laatste zei hij extra luid en langzaam, alsof Anton achterlijk was. Die had zo hard op zijn wang gebeten, dat toen Lodewijk wegreed het bloed uitgespuugd moest worden.

Advertenties

Eén reactie

  1. Mooi geschreven! Lekker leesbaar. Ik ben benieuwd naar de volgende delen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: