De vuvuzela vuvuzelaade

Maandag 28 juni
Locatie: terras restaurant Tilt, Utrecht
Tijd: 20.25 uur

Met haar benen wijd in de lucht lag ze op het fietspad aan het begin van de Utrechtse Biltstraat. Kort daarvoor was het meisje gevallen. Haar vriend was geschrokken afgestapt en keek nu naar het oranje hoopje op de grond. Dat was aan het schateren. “Haha, zag je dat? Lag ik zo, hoepla, op de grond,” kirde ze.

De jongen wankelde toen hij een poging deed haar op te tillen. Een paar meter verderop stond een groepje in brulshirts toe te kijken. In hun handen een pilsje. Eentje had een vuvuzela. Zonder aanleiding blies hij er om de zoveel minuten even op. Een hels kabaal overstemde de gesprekken op het terras van restaurant Tilt.

De mensen op de stoeltjes keken af en toe geërgerd naar de toeteraar, maar waren toch vooral gefascineerd door het fietsduo.

 “Oh, oh, oh, wat ben ik blij zeg. Zó ontzettend blij dat we door zijn. En wat hebben we het goed gevierd!” Het meisje was de vrolijkheid zelve. Haar benen staken nog steeds in de lucht. Haar rokje zakte wat af. Vriend probeerde het uitzicht wat decenter te maken, maar hij kreeg de luchtige stof niet omhoog gehouden.

“San, ga nou effe staan!” lalde hij een beetje boos. “Je ligt midden op straat. Kom nou even. We zijn allemaal blij, maar dat hoef je niet per se op het fietspad te vieren.”

“Ach man, kom nou eens een beetje los. Niemand heeft hier toch last van. Oh, oh, Robben is vast niet zo’n zeikerd als jij. Wedden dat ‘ie nu ook flink aan het feesten is?”

De jongen stond er wat onbeholpen naast. De brulshirts bestudeerden de benen van het meisje. De vuvuzela vuvuzelaade.

“Weet je, ik vind Robben toch zo’n ontzettend lekker ding. Die benen, Pieter! Heb je die benen gezien? Man man, daar kun jij best jaloers op zijn hoor. Ik word er bloedjeheet van, wist je dat? Ja, bloedje, bloedjeheet!” Dat laatste gilde ze. De ober op het terras keek nu ook.

Pieter ging boos een einde verderop staan. “San, je doet nu normaal of je zoekt het maar uit. Ik schaam me kapot hier. Ik ga water voor je halen. En dan kunnen we verder.”

San hoorde het niet. Die had indrukwekkend vals het Wilhelmus ingezet. De vuvuzela deed mee, terwijl Pieter woest Tilt binnen liep. Nog steeds een beetje schommelend.

Vijf minuten later kwam hij naar buiten met het drinken. “San, kom nou. Drink even wat. Dan gaan we naar huis.”

“BEN IK VAN SPAHAANSE BLOED!” zong San vanaf de grond op een fijn geluidsniveau. “Hoor je dat Pieter?” riep ze, “ Van Spaanse bloed. Da’s eigenlijk ook gek!”

“Ja, San, ik hoor het. Zo gaat het volkslied niet. Hier, ik heb water. Drink nou effe.” Hij hield het glas voor haar mond. Zij keek er niet naar. “Piet, kun jij niet even gaan trainen? Dan krijg jij ook zulke lekkere benen!”

Pieter zuchtte. Stond op en keerde het glas water boven het hoofd van San om. “Alsjeblieft. En nu ga ik. Oh, en het is uit trouwens. Dat je het weet. Ik ben jouw dronken gedrag meer dan zat.”

Terwijl hij wegfietste, lachte San hard. “Zei je nou ZAT Pieter? Wie is hier nou zat? Nou, dag Piet. Dahaag! Fiets maar lekker hard. Krijg je dikke spieren van!” Haar rokje zakte naar beneden. Een onderbroek werd zichtbaar. Oranje. De brulshirten klapten. En San begon aan een nieuw liedje.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: