Geen stoep- maar sloothoeren

Aangezien Pol tot vrijdag in Parijs bivakkeert, deze week een aantal gastbloggers. De gebroeders Nijman en  T.G. Gritter zullen in de geest van Pol bloggen. Althans: dat hoopt zij.

Donderdag 17 juni
Traject: Lombok – Gageldijk
Tijd: ± 10.00 uur
Vertraging: 1 rood stoplicht

Pol Blogt gaat voornamelijk over mensen in de trein. Over jengelende kleurpotloodkinderen, ruziënde relatiepubers en verongelijkte telefoonmeisjes, allen omgeven door de geur van Smullersfriet. Maar Pol is in Parijs en delegeerde een paar onbeschreven blogpagina’s aan ene T.G. Gritter (wie legt me de inside joke even uit, trouwens?), aan mijn broer en aan ondergetekende. Geen makkelijke opgave voor een fervent Onrendabelen Vervoer-mijdend autofiel. Want in de auto gebeurt niks. Mijn eigen meezingen met de radio vult geen blog, niemand grinnikt nog als je een klaagzang over zondagsrijders of bejaarde doodrijders neerpent en in de file zie je ook hooguit je buurman op de rechterbaan in zijn neus graven. Lekker belangrijk.

Het alternatief is een stuk over fietsen. In auto-onvriendelijke woonplaats 030 een regelmatige bezigheid – hoewel het door de vele bouwputten, te smalle doch overbevolkte fietspaden en door ontelbare stoplichten gefrustreerd-gehaaste automobilisten niet altijd de veiligste keuze is. Het is echter niet de krappe binnenstad die de meeste risico’s voor fietsers met zich meebrengt. Dat is het Zandpad, aan de rand van noordelijkste wijk Overvecht. Daar, in een zogenaamde ‘locatiegebonden sector voor raamprostitutie’, zit een groot deel van de Stichtse hoeren. Hoeren, omdat niemand buiten de grijze ambtenarij het woord ‘raamprostituee’ gebruikt. Ze zitten op bootjes. Geen stoep- maar sloothoeren dus, en hun clièntele kan per auto via een afgesloten stukje straat met aan beide uiteinden een ingenieuze keerlus langs de bootjes flaneren alsof het de boulevard van Zandvoort is  – waarbij hun ogen doorgaans zo vast op de koopwaar gericht zijn dat je er als fietser derhalve niet geheel zonder risico langs kunt peddelen.

Een paar keer per week fiets ik langs het Zandpad, waar een bepaalde misantropische treurigheid verhuld wordt door artistiek golvend hekwerk, netjes schoongehouden en in de verf gezette bootjes en een soort kantine annex portiersloge op de wal. Die kantine is overigens de kers op het gedoogbeleid – een prefab constructie van het poldermodel zelf. Grijzig, met veel bordjes en leesbare regels en geboden aan de buitenkant, maar weinigen weten wat er zich binnen precies afspeelt.

Hardop gesproken wordt er weinig aan het Zandpad – prijsafspraken worden op gepaste fluistertoon gemaakt. Maar de gedoogstrook is veelzeggend in al haar stilte. Schaars geklede, vaak Oost-Europees aandoende meisjes en vrouwen paraderen achter hun streeploos schone ramen, twee per bootje. Vaak bovengemiddeld dure auto’s met gestropdaste zakenmannen aan boord cruisen heen en weer, niet zelden in een flinke file. Af en toe een loodgietersbusje er tussen, regelmatiger een gepimpte middenklasser met luide rap- of housemuziek en drie of vier getinte, ietwat parmantig kijkende jongemannen er in. Die jongens zijn de enigen die ongegeneerd terugkijken als je ze aankijkt. De rest van de bezoekers nooit, die doen net of ze er zelf ook simpelweg niet zijn.

De meest veelzeggende maar tegelijkertijd meest anonieme bezoekers van het Zandpad zijn echter de gezinsautobestuurders. Renault Scénic, Opel Zafira, Citroen Picasso. Eind van de middag, zo tussen vier en zes, zijn die het ruimst vertegenwoordigd. Ambtenaren? Leraren? Een beetje ineengedoken zitten ze achter het stuur en als ze eenmaal een keus gemaakt hebben en hun auto hebben geparkeerd, blijven ze vaak nog even besluitloos zitten, de handen om het stuur geklemd. Waarom zij het meest veelzeggend zijn? Omdat er op de achterbank van hun auto altijd één of twee kinderstoeltjes staan – een beeld dat niet zelden versterkt wordt door blauwe, groene, gele en rode dierenstickertjes op de ramen. Een jonge zakenman in een Audi cabrio heeft geen excuus nodig. Loodgieters en timmerlui voldoen enkel aan het stereotype. Drie Marokkaanse jongens in een Golf op te grote velgen kan het niets schelen. Maar die jonge vaders met hun gezinsauto en hun kinderstoeltjes, die vertellen een verhaal. Zonder woorden.

En bovenstaande observeringen hebben mij tijdens het passeren van het dertigtal aangemeerde hoerensloepen dus al regelmatig bijna het leven gekost. De koopwaar is nou eenmaal aantrekkelijker om naar te kijken dan een passerende fietser.

Bart Nijman

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: