Op alle ruggen was een ster geplakt

Maandag 7 juni
Locatie: Markt Bremen
Tijd: 14.30 uur

Een ezel, hond, kat en haan. In Bremen staan ze graag op elkaar. De toren van gestapelde Bremer Stadtmusikanten, ooit bedacht door de gebroeders Grimm, is  inmiddels voor de Duitse stad wat die van Eiffel voor Parijs is. Een commercieel goudmijntje dat in de vorm van sleutelhangers, t-shirts en magneten op iedere straat aangeboord wordt.

Die conclusie trok ik afgelopen vrijdag na een half uurtje door het stadje gebanjerd te hebben. In de brandende zon glinsterden de zilveren diertjes in de etalages van menige winkel. Ze vonden gretig aftrek bij Aziatische toeristen die er eerst een foto van maakten en daarna een dozijn inkochten. Aan hun rugzakken hingen blauwwitte klompjes en scheve torens van Pisa.

Op de markt was het lawaaierig. Aan de voet van het imposante Raadhuis stonden tal van stalletjes. Eromheen krioelden honderden uitgelaten kinderen.

Een groot podium blies harde muziek de stad in. De liedjes hadden iets weg van K3. Maar dan in het Duits natuurlijk. Vanaf het terras bekeek ik het spektakel, terwijl mijn twee tafelgenoten met de serveerster aan het onderhandelen waren over het formaat bier. De heren wilden een fluitje. Het meisje hield koppig vol dat ze ‘nur 0.4’ in de aanbieding had.

De vrouw aan het tafeltje naast ons luisterde naar het gesprek en schudde vol onbegrip haar hoofd. Op haar tafel stond een grote bierpul naast een bord met curryworst en kartoffelsalade. Het was half drie ’s middags.

De kinderen vermaakten zich inmiddels kostelijk. Een vrolijke gitarist gaf het teken dat er geklapt diende te worden. En honderden handjes gingen op elkaar. Wat er nu precies gevierd werd, bleef onduidelijk.

Langs onze stoelen sjokten oudere heren en dames in korte broek. Aan hun voeten zaten degelijke Birckenstocks en hoog opgetrokken witte sokken. Straaltjes zweet stroomden langs hun gezicht. Ze gunden het festijn op de markt geen blik waardig.

Wachtend op ons drinken bestudeerden wij Bremen. Tafelgenoot L. tuurde met toegeknepen ogen naar een stalletje in de verte. De luifel was hemelblauw met witte strepen. “Krijg nou wat,” zei hij plots. Verbazing en verontwaardiging klonken in zijn stem. “Die vrouw heeft een enorme gele ster op haar rug.”

Wij keken ook. Het geel was niet te missen. De vorm ook niet.

“Ik wil niet vervelend doen,” begon L, “maar dat lijkt wel heel erg op een Jodenster.” De dikke vrouw met de ster schminkte lachend een kindje.

Ik bekeek haar rug. De ster was niet helemaal goed vastgemaakt. Bij iedere beweging verschoof het hemellichaam een beetje.

“Moet je nou kijken!” L. wees opgewonden naar een stoet mini-Duitsers die al zingend en klappend voorbij liepen. Op alle ruggen was een ster geplakt.

Nog nauwelijks bekomen van deze observatie kwam de serveerster eraan. Een enorme pul goudgeel vocht werd neergezet. “Nou vergeet ze ons extra glas, zodat we kunnen delen,” mopperde L. In zijn beste Duits vroeg hij aan het meisje het nog even te gaan halen.

De kinderen waren inmiddels wild op en neer aan het springen. De sterren deden vrolijk mee. “Het is toch een beetje bizar hoor,” stelde L. Ik knikte. Een beetje vreemd was het wel.

Het meisje kwam aangelopen met een extra glas. Haar gezicht stond op onweer. Met een klap zette ze het voor L. neer.

“Krijg nou wat. En ze zei dat ze die niet hadden. Dat is toch verdorie gewoon een fluitje?” L. tilde het kleine glas op.  En gedrieën bekeken we de glazen, terwijl K3 aan een nieuw liedje begon.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: