“Hij rolt vanzelf!”


Vrijdag 21 mei
Locatie: huis vriendin T.
Tijd: 19.00 uur

Vanavond stond vriendin T. mij aan de voorkant van haar huis op te wachten. Ze zag er gespannen uit. Met een afkeurende blik keek ze op haar horloge. “Je bent te laat. Ze hadden hier al kunnen zijn en dan was ik helemaal alleen geweest. Je bent een waardeloze vriendin.”

Ik keek ook op mijn klok. “Ik ben helemaal niet te laat. Sterker nog, vijf minuten te vroeg.” T. trok haar wenkbrauwen op. “Ah, natuurlijk, ik heb ‘m altijd tien minuten voor staan.” En zonder excuses te maken, drentelde ze naar binnen. “Even kijken of ze nog gebeld hebben! Ik was zo gestrest dat jij niet zou komen, dat ik buiten ben blijven staan.”

Terwijl ik mijn fiets op slot zette, zag ik die van haar staan. Spiksplinternieuw, want T. had ‘m sinds de aankoop een jaar geleden nog nauwelijks gebruikt. Zo heel af en toe deed ze iets dat Hanneke Groenteman ooit in een interview omschreef als ‘zittend verplaatsen’, maar daarmee was alles gezegd. “Ik ben gewoon niet zo van de pedalen en zelf trappen en zo…” Zo luidde T.’s motivatie om het ding op Marktplaats te zetten.

En nu kwamen er kopers. “Ik kon ze dus helemaal niet verstaan!” T. stond opeens weer naast me. “Gisteren belden ze op, maar ik begreep alleen het woordje fiets en kopen. Maar ja, je weet dat ik niet zo van het verkopen ben, dus ik ben heel erg blij dat jij er bent.”

Op dat moment kwam er een auto de straat in gereden. “Daar zul je ze hebben!” piepte T. en ze vluchtte naar binnen. Voordat ik haar tegen kon houden, stapte er al een stevige vrouw uit. Ook de portieren bij de achterbank gingen open. Een jongere vrouw en man kwamen naar buiten.

“U bent van fiets?” sprak de oudere vrouw met een zwaar Zuid-Amerikaans accent. “Nou, eigenlijk is die van een vriendin, maar die is even, uh, nou ja, die is even weg. En ik ben er nu. Vandaar.” Ze keek me niet begrijpend aan. Ik wees naar de Gazelle. “Wilt u ‘m misschien even uitproberen?”

De vrouw liep er naartoe en bestudeerde de wielen kritisch. Dochter gaf moeder een zetje. “Mam, dat is inderdaad een goed idee! Ga er eens een stukje op rijden!” Moeder keek plots angstig naar het stuur. “Dit kan niet. Is veel hoger dan mijn oude!” Lichte paniek klonk door in haar stem.

“Laten we anders samen even een rondje gaan. Begin ik wel even.” Dochter ging erop zitten en trapte rustig, terwijl moeder op een drafje volgde. Ik bleef achter met de man, die getrouwd bleek met de dochter. “Ja, u moet weten, mijn schoonmoeder rijdt al dertig jaar op dezelfde omafiets. Die is zo oud en stroef geworden, dat ze ontzettend hard moet trappen om vooruit te komen.”

In de verte hoorden we gilletjes. Bezorgd keek ik om me heen, maar ze waren verdwenen. “Laten we even naar de achterkant lopen. Misschien zijn ze daar naartoe,” suggereerde ik. T. was nog altijd nergens te bekennen.

Aan de achterkant zagen we ze inderdaad. Inmiddels was dochter afgestapt, en probeerde ze haar moeder zo ver te krijgen ook te fietsen. Die stond bijna te huilen. “Ik durf het echt niet!” Schoonzoon snelde toe. “Kom op, mam” (zouden alle schoonzoons de moeder van hun vrouw zo noemen?)  “ik houd het stuur vast en Dolores de achterkant.”

De vrouw nam voorzichtig plaats op het zadel en trapte heel zachtjes, terwijl ze van alle kanten ondersteund werd. “Oh, hij gaat veel te snel! Hij rolt vanzelf! Rem! Waar is rem? Ik zit veel te hoog!”

Vijf minuten later was de deal gemaakt door dochter Dolores. “Mam moet er gewoon nog even aan wennen, dat komt helemaal goed!” zei ze vol overtuiging terwijl ze richting auto liepen. Moeder was eng bleek en kleddernat van het zweet. Ik nam afscheid en liep terug naar binnen. Daar stond achter de voordeur vriendin T.

“Sssssst, ze zijn nog niet weg,” fluisterde ze. “Is het gelukt?” Ik knikte en overhandigde haar het geld. Buiten hoorden we de dochter schreeuwen tegen haar man. “Hij past er niet in! Dit lukt niet!” – “Oh wat jammer, dan moeten we hem gewoon terugbrengen,” suggereerde moeder monter.

“Ja, dat zou jij wel willen hè! Maar daar komt niets van in. Jouw oude fiets gaat al naar Eddy. Dat is zo afgesproken.”

T. keek me gespannen aan. “Zullen we de deur op slot doen? Kunnen ze ‘m in ieder geval niet meer ruilen.” En met een luide klik zat de knip erop.

Advertenties

Eén reactie

  1. Mo

    Zo’n lieve aardige vriendin is voor dit verhalen ideaal! Kijk je wel uit dat je haar niet te veel uit buit?…. Ze heeft het al zo moeilijk…. 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: