Panterstring en Afrikaantjes

Vrijdag 14 mei
Locatie: Markt Den Bosch

Gisterochtend bevond ik mij, op een onmenselijk vroeg tijdstip, om onduidelijke redenen opeens midden op de Bossche markt. Naast mij stond vriendin T. enthousiast op en neer te springen. “Oh, ik zei toch dat dit énig was! Kijk nou, al die bloemen! En wat een mooie planten!” Een ietwat enge grijns versierde haar gezicht. “Dit is nou LEVEN!” riep ze luid en ze snoof de frisse lucht op.

Een uurtje eerder had ze me wakker gebeld. Dat doet vriendin T. overigens regelmatig. Twee dagen eerder werd ik om drie uur ’s nachts opgeschrikt door een luid gerinkel. “Dag T.” zei ik, zonder te kijken wie er belde. “Ja, hallo!” lalde ze met een dubbele tong. “Nou, ik sta dus zeg maar op het toilet van een of ander obscuur cafeetje, en ik heb ene Sjon ontmoet. Die kennen wij niet, maar het is alsof ik hem al jaren ken! En hij vraagt of ik zijn huis wil zien. Dat schijnt enorm te zijn! Maarruh, wat denk jij dat ie daar mee bedoelt? Zou hij echt gewoon een rondleiding willen geven?”

Ik zuchtte. “Nee, dat wil hij niet. Hij wil met je naar bed. Verder niks.” – “Oh.” Klonk een bedremmelde T. aan de andere kant van de lijn. “Maar weet je dat zéker? Jij bent altijd zo sceptisch! Kom jij anders ook even langs? Kan ik je voorstellen aan Sjon!”

T. vergeet vaak dat ik gewoon een baan heb. “Nee, ik ben al aan het slapen. Ga jij dat nou ook maar doen. Zonder Sjon.” Er klonk gegiechel. “Nee, daar kan ik niet tegen. Hou nou op! Hihi, nee niet in mijn zij. Haha, niet doehoen! Ik ben aan het bellen.” Een mannenstem klonk op de achtergrond.

“T.! Is Sjon bij jou?” riep ik boos. “Je staat toch niet met een onbekende op de damesplee met mij te bellen? DIT KAN ECHT NIET! Die jongen heeft vast allemaal puisten, is ontzettend dom en jij vindt ‘m morgen helemaal niet meer leuk. Zo gaat dat namelijk altijd! Moet ik je nog helpen herinneren aan Jeroen, Tim, Tomas en die griezelige Spanjaard die een panterstring aan bleek te hebben?”

“Ah, gelukkig. Die heb ik niet aan,” hoorde ik Sjon behulpzaam zeggen. T. had me op de speaker gezet.

Deze ochtend was het anders. T. had besloten een rustiger leven te gaan leiden. Of althans, ze wilde net doen alsof. Schoorvoetend had ze vanmorgen aan de telefoon toegegeven dat haar ouders die middag langs zouden komen. Keurige mensen, die nog altijd denken dat T. bezig is met een rechtenstudie. “In feite doe ik die natuurlijk ook nog,” brabbelde ze terwijl we langs de bloemen liepen. “Ik bedoel, ik sta nog een soort van ingeschreven. Ik ben me alleen even aan het bezinnen op welke vakken ik ga volgen.” Dat ze dat nu al acht maanden deed, was een punt dat ze achteloos wegwuifde.

“Weet je eigenlijk welke planten je wil?” vroeg ik haar. Aangezien het de jaarlijkse geraniummarkt was, stond het hele centrum vol met duizenden vertegenwoordigers van opgekweekte flora. “Nee, gewoon wat mooie. Liefst burgerlijke exemplaren. Kan ik die op mijn balkon zetten.”

Ik vond het een gevaarlijke missie. Alles wat leefde, ging vanzelf dood in haar appartement. Zelfs ongedierte ontweek T.’s flat. “Maar waarom wil je dat nou opeens?” – “Nou, dan is het net alsof ik heel volwassen ben. Ik bedoel, jij hebt toch ook planten?” Ik knikte. Ja, die had ik.

We stopten bij een pallet vol met Afrikaantjes en andere bloemen. “Deze zijn perfect!” kraaide ze opgetogen. Ze waren afgrijselijk. Gillend oranje met afschuwelijk roze. Een jongen van een jaar of twintig kwam op ons afgelopen. “Goeiemorgen dames! U heeft een goede smaak zie ik!” T. glunderde. Ze lachte lief naar ‘m.

“Zou ik tien verschillende mogen?” vroeg ze op een verleidelijke toon, terwijl ze idioot met een haarlok speelde. Het liet de jongen niet onberoerd. Hij schraapte zijn keel. “Natuurlijk! Ik zal ze even in een zakje doen voor je. Vergeet je ze niet even over te planten in verse grond? En een beetje mest erbij kan ook geen kwaad.”

T. keek opeens bedrukt. “Uh, overplanten? Mest?” Ze tuitte haar lippen. “Zou jij dat niet heel misschien even voor me kunnen doen? Ik woon hier héél vlakbij! Zet ik een lekkere pot thee!” Mijn mond viel open. De jongen keek vlug naar de twee andere verkopers. “Nou, ik kan misschien wel effe langskomen. Over een half uurtje ofzo?”

Ze slaakte een opgelucht kreetje. “Dat is perfect! Wacht, ik schrijf mijn adres en nummer op.” Vijf minuten later namen we afscheid van elkaar. T. moest snel naar huis om uit te vinden waar ze de thee ook alweer gelaten had. Haar wangen waren rood van opwinding. Terwijl ze weg huppelde, hoopte ik maar dat haar ouders eerst even aan zouden bellen.

Voordat ze de Vlijtige Liesjes zouden zien.

Advertenties

  1. geert Kistemaker

    Wow Mijke,
    dit begint serious shit te worden. Was er niet een Franse schrijver, iets met een C, die heel beroemd werd met dagelijks gedoe in een filosofische straat te schieten, of zo. In ieder geval, ik geniet van je schrijfsels.
    groet, Geert

  2. Joke

    Hoi,

    Ik zag je naam op de aftiteling van de Grote Geschiedenisquiz. Maak jij de vragen?

    Groeten,
    Joke

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: