“Het zit op mijn voorhuid!” jengelde hij

Donderdag 29 april
Traject: geen
Vertraging: dus ook niet

In de kelder van de V&D zag ik onlangs tussen de verscheurde, vergeelde en dus afgeprijsde boeken een exemplaar liggen met de titel ‘Een praktische handleiding voor wie naar het ziekenhuis moet’. Op de achterkant stond waar het over ging. “Voor u ligt een praktische handleiding voor wie naar het ziekenhuis moet”.

Goeie titel.

Ze kwamen er wel een beetje laat mee. Die schrijvers van dat boekje. Enkele jaren geleden had ik het ding graag gekocht. Nu probeerde ik de uitgeharde kauwgom van de bladzijdes te pulken, zodat ik er een stukje in kon lezen. Na vijf minuten hing er een geur aan mijn vingers om van te kotsen. Dat deed ik overigens niet, want dan had de V&D wéér alle kortingstickers uit de kast moeten halen. Die werden er, zo zag ik even later, zorgvuldig opgeplakt door een kwijlende verkoopster. Het leek mij dat ze kon blijven stickeren. Iedere kaft had spontaan last van waterschade.

Toen ik een paar jaar geleden naar het ziekenhuis moest, kon ik geen praktische handleiding vinden. En dus improviseerde ik maar wat. Zo had ik bij binnenkomst het onzalige idee dat het gezellig zou zijn om met andere mensen op een kamer te liggen. Toen ik na een drie uur durende operatie, voorzien van twee schroeven en nog wat bouten, terugkwam op de zaal dacht ik daar helemaal anders over.

Terwijl ik met mijn arm vastzat aan een morfine-infuus, bekeek ik mijn kamergenoten eens goed. Het waren drie jongens. Naast mij lag de jongste. Een jaar of twaalf was ie. Echt heel veel aandacht had ik niet voor hem, aangezien mijn been op twee plekken doormidden gezaagd was en het voelde alsof er iemand enthousiast op mijn gebroken bot aan het springen was. Ik drukte snel op mijn morfineknopje. Dat had ik me uit laten leggen door de zuster. Iedere keer dat ik er op drukte, gleed er direct wat pijnstilling door het slangetje mijn aderen in.

Aangezien het een harddrug was, zag de wereld er na twintig minuten al totaal anders uit. Mijn moeder voer in een roeibootje door de kamer en mijn buurman had enorme konijnenoren die van links naar rechts zwaaiden. Toen ik na twee dagen van het infuus af mocht, zag ik moeders weer normaal, maar de jongen naast mij was des te vreemder geworden. De oren waren weg, dat wel, daarvoor in de plaats ontbrak er een stukje uit zijn lip.

Toen ik hem vroeg waar dat gebleven was, begon hij te huilen. “Het zit op mijn voorhuid!” jengelde hij. Ik checkte of ik echt geen morfine meer kreeg. “Wil je het zien? Het is helemaal blauw geworden!” Vriendelijk bedankte ik en vroeg me vervolgens de rest van de dag af waarom een arts in vredesnaam een stukje lip daarheen verplaatst.

Aan het einde van de week had mijn buurman nog steeds een dikke onderlip en mekkerde hij dat het vreselijk stonk onder de deken. Intussen had ik zelf ook mijn problemen. Ik mocht niet uit mijn bed, dus moest er een aantal keren per dag een po gebracht worden. En op de een of andere manier kreeg ik het iedere keer voor elkaar net te moeten als het bezoekuur begon.

Achter dichte gordijnen probeerde ik zo zachtjes mogelijk mijn behoefte te doen, terwijl ik kwistig met de deo spoot. De ouders van de dikke lip deden tussen de hoestbuien door net alsof ze niets merkten van mijn activiteiten. Toen ik klaar was stamelde ik allerlei verontschuldigingen naar de verpleegster, maar die wilde daar niets van weten. “We moeten allemaal wel eens poepen!” zei ze zó hard dat mijn pogingen om zo stil mogelijk te doen, volkomen nutteloos waren geworden.

Nadat ze de gordijnen weer open had gedaan, keek het toegestroomde publiek mij aan. Een enkeling had een sjaal voor de neus gedaan. Een ander wapperde heftig met een waaier. Mijn buurman leek de enige die er niets van merkte . Hij jammerde luid: “Oh nee, er komt allemaal troep uit! Moet je kijken!” En hij sloeg de dekens weg, zodat we het allemaal konden zien.

En dus had ik best zo’n boekje kunnen gebruiken.

Advertenties

  1. Ha ha Ben ik blij dat ik nog nooit in het ziekenhuis heb gelegen.
    Hoewel die morfine ervaring me wel nieuwsgierig maakt 🙂

  2. Eddie van Boxtel

    BLeeeeegh, echt! gadver de gadver de gadver!! bahbahbahbah! yakkiebah! iiiiiiiiiiieuw!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: