Spuugbelletjes (2)

Vrijdag 23 april
Traject: Hilversum Noord – Utrecht CS
Tijd: 17.02 uur
Vertraging: 5 minuten

Ik heb nu al een week een hoedje op. Van de mannenafdeling van de H&M. De eerste vijf minuten was het wennen, maar inmiddels gaat het ding maar moeilijk van mijn hoofd af. De hoed is net zo standaard geworden als mijn jas en schoenen. Zonder ga ik de deur niet uit.

Het levert een hoop aanspraak op. Dat hoedje. Zo stapte ik deze week de trein uit, terwijl een man op hetzelfde moment naar binnenliep. Hij keek me aan, draaide zich om en tikte me op mijn schouder. “Leuk hoedje!” zei hij met een brede glimlach. En voordat ik kon reageren was ie al weer weg.

Zij die ook een hoofddeksel op hadden, knikten me alle dagen goedkeurend toe. Ik merkte dat ik dat eigenlijk ook diende te doen. Het is zoals met buschauffeurs die bij iedere collega hun hand opsteken. Medestanders behoor je een blijk van waardering te geven.

Vandaag kwam het ding me goed van pas. Ik was verdiept in een dik boek toen een man naast mij ging zitten. Er was genoeg ruimte in de trein, dus ik snapte niet helemaal waarom het perse noodzakelijk was om op mijn bankje te gaan zitten. Totdat ik naast me keek.

In de mondhoeken van mijn buurman spatten een voor een spuugbelletjes uiteen en een schele blik keek me vriendelijk aan. Het was Paul. De vrolijke jongen die een maand geleden ook al naast mij zat en die erg van gezelschap houdt. Hij herkende me niet, zo met mijn hoedje op. Ik probeerde me te verschuilen achter de ingebonden, korte verhalen en hij leek de hint te begrijpen. Een lezende buurvrouw stoor je niet.

Mijn strategie lukte, totdat de telefoon ging. Paul had al een paar keer mijn blik proberen te vangen. Ik had die tot op dat moment goed weten te ontwijken, maar nu werd het ingewikkeld. Ik moest wat naar hem toe leunen om het mobieltje uit mijn jaszak te halen. Een collega belde. Ze had een telefoonnummer gevonden dat ik ergens op moest schrijven. “Wacht, ik zoek even een pen,” zei ik terwijl ik driftig in mijn tas rommelde.

Langszij verscheen direct een balpen voor mijn neus. Nu moest ik wel kijken. Paul knipoogde. “Dan hoef je niet te zoeken!” zei hij opgewekt. En behulpzaam hield hij de krant vast, zodat ik het nummer kon noteren. “Hoi ik ben Paul!” kwetterde hij vrolijk toen ik op had gehangen. Ik knikte. Dat wist ik nog. Toen ik hem vertelde dat wij elkaar al kenden, dacht hij even na. Maar het kwam niet bovendrijven.

Dat gaf niks vond Paul. Nu zaten we toch maar weer mooi gezellig naast elkaar. Toeval bestond niet, zo meende hij. “Ben je al verhuisd?” vroeg ik hem, terwijl ik mijn boek dichtklapte. Hij knikte enthousiast. “Ja, maar ik ben nog niet helemaal gewend. Kom je anders ook een keer zwemmen? Mooi in een bikini! Want we hebben nu een zwembad, wist je dat? In Breukelen is het. Waar woon jij? In Utrecht?”

Ik beaamde het. “Welke straat woon je? Kom ik een keer langs. Een ontbijtje brengen.” Ik was vergeten hoe direct Paul was. “De Amsterdamsestraatweg,” loog ik glashard. Snel pakte hij zijn pen weer. “Weet je wat, ik schrijf even mijn nummer op. Kun jij me bellen, en dan heb ik het jouwe ook. Gaan we sms-en!” Hij vond het zelf duidelijk een goed idee.

Ik stamelde wat, maar een paar seconden later kreeg ik zijn 06 op een stukje krant. Het verdween in mijn zak, terwijl we Utrecht binnen reden. Samen liepen we het perron op en sloeg hij een krachtige arm om mijn schouders. “Kom je dan een keertje langs? Kunnen we samen stoeien!” Zijn greep werd nog iets fermer en hij keek ondeugend. Ik was in dubio. Moest ik Paul nu keihard afwijzen?

“Weet je wat, ik ga nu naar huis en jij gaat naar Breukelen. Er wordt vast op je gewacht!” Zelf vond ik het een nogal zwak antwoord, maar Paul leek tevreden. “Bel je me dan nog even straks?” vroeg hij toen ik wegliep. “Ik zal je nu niet meer vergeten hoor! Dat hoedje herken ik zo!” Ik mompelde een afscheidsgroet en zwaaide.

En terwijl ik de bus instapte, stopte ik het ding in mijn tas. Ik gokte dat mijn hoedje zojuist een stille dood gestorven was.

(Lees hier Spuugbelletjes deel 1)

Advertenties

  1. Ha ha wat gezellig joh dat je Paul toch nog eens tegen kwam.
    Je hebt hem toch nog wel ff gebeld he die arme jonge hahaha:-)

  2. Lucas

    Krijg je op 1 dag dus twee keer iemands nummer op een stukje krant? Dat hoedje zorgt voor sociale cohesie, da’s duidelijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: