Terug naar Oegstgeest

Vrijdag 26 maart
Traject: Utrecht CS – Leiden CS
Tijd: 09.55 uur
Vertraging: 0 minuten

Vandaag maakte ik een treinrit die ik de laatste maanden regelmatig maak. Dat heeft een trieste reden. Samen met mijn moeder ga ik sinds vorig jaar regelmatig op bezoek bij haar zus. Die is ziek.

Heel erg ziek.

Mijn tante is zoals een tante moet zijn. Lief, zorgzaam en erg vrijgevig. Ze woonde jaren in Antwerpen in een flat vol met orthodoxe joden. Als kind kan ik me nog de verbazing herinneren toen ik voor het eerst joodse mannen zag. Met pijpenkrullen, een baard en een hoofddeksel.

Om het appartement van tante te bereiken moesten we met een lift. Op de sabbat kon het zomaar voorkomen dat er al uren orthodoxe kindjes stonden te wachten op iemand die op het knopje wilde drukken. Zelf mochten ze dat niet.

En eenmaal in de lift werd er niet gesproken. Mijn ouders drukten behulpzaam op iedere verdieping. Nadat dan een paar keer de deur nutteloos open en dicht was gegaan, stapten de kinderen op de juiste etage uit.

Nog altijd zwijgend.

Ik bewonderde mijn tante. In mijn ogen was ze zeer avontuurlijk en dapper. In haar kleurige jurken bewoog ze zich soepel door de donkere flat. En met alle plezier drukte ze op alle knopjes voor haar medebewoners.

Weer in Nederland ging ze samen met haar man, die overigens niet uit de flat kwam, in Oegstgeest wonen. En daar gaan wij dus nu vaak naar toe. Moeder en dochter in de trein.

Terug naar Oegstgeest.

Ziekte maakt een mens moe. Tante was de afgelopen dagen erg beroerd geweest, maar zat gelukkig nu weer rechtop in haar vaste stoel bij het raam. Samen dronken we koffie en was het haast even alsof iedereen gezond was. Keuvelend over werk, kleding en de tuin verstreek de tijd.

Tegen het middaguur bleek dat tante niet fit genoeg was om naar het eettentje om de hoek te lopen. En dus aten we gezellig thuis. Uitkijkend op haar tuintje. Dat kon ze de laatste tijd goed bestuderen. Voor haar ogen ontluikte de lente en vlogen de vogels voorbij.

Een ervan was een houtduif. “Die kan er rustig de hele dag zitten. Te wachten op wat de dag hem brengt. En zo nu en dan pikt hij wat zaadjes op die de andere laten liggen.” Tante had zijn gedrag duidelijk goed bestudeerd. Naast haar lag een vogelgids, waarin ze precies op kon zoeken welke variaties haar tuin bevolkten.

De houtduif vloog vlak voordat wij vertrokken weg. En weer heel even was ik terug in Antwerpen. Met honderden tegelijk bevolkten de duiven daar de straten. Tante was doodsbang voor de vliegbeesten en ontweek de terrassen.

En nu bekeek ze het beest rustig. “Zolang ik achter het raam zit, kan ik er best van genieten.”

Zat er toch nog een klein voordeel aan het binnen zitten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: